Mattefrotten

KLINKER nr 5, december 2011

Cees Loeve

Een ‘mattefrot’ zo noemde de vroegere Krimpenaar een bedrijf(je) waar rietmatten werden gemaakt. Een rietmattenfabriek dus.
Bedrijven die je sinds 1967 niet meer vindt in Krimpen aan den IJssel. Maar vroeger waren er wel vier! En heel wat Krimpenaren verdienden hun brood met dat ‘mattefrotten ‘.

Riet en rietsnijden
Riet is een zoetwaterplant uit de grassenfamilie, die je ook nu nog vaak langs de rivieroevers ziet groeien. De plant kan tussen één en drie meter hoog worden en levert beelden op die, zeker in het verleden, bij Krimpen horen. Het riet werd elk jaar gesneden en vervolgens werden de geselecteerde stevige stengels gedroogd en gebruikt voor het dekken van daken of voor het maken van rietmatten. Het hier verwerkte riet kwam uit de diverse toen bestaande ‘rietgorzen’ of uit de Biesbosch.

Mattefrotten
In de rietmattenfabriekjes werden de gedroogde rietstengels op een bepaalde manier met sisal aan elkaar verbonden tot oprolbare rietmatten. Die matten werden daarna verkocht aan tuinders. Die gebruikten ze om de, toen nog onverwarmde, kassen mee af te dekken en om het plat- glas tegen de weersinvloeden te beschermen. Maar ook in de steenplaatsen werden ze volop gebruikt. Hier was dat om de drogende Steen tegen het weer te beschermen. De rietmatten werden als gereed product opgerold en opgestapeld tot heel grote bergen. Deze ‘rietschelven’ zie je op diverse vroegere foto’s terug.
Al voor de oorlog liep het gebruik van rietmatten bij tuinders en steenplaatsen terug doordat deze bedrijven geheel anders gingen werken of stopten. Dat werd dus ook het einde van de mattefrot.

Na de brand in 1930 was van het bedrijf van Mijnlieff weinig meer over dan een rokende puinhoop.

Brandgevaar
Dat die bedrijven en hun opgeslagen riet een enorm brandgevaar betekenden, is duidelijk. Regelmatig brandde er wel één af. Dat leverde ook groot gevaar op voor alles in de omgeving. Al op 3 april 1751 werd daarom door schout en schepenen een keur uitgegeven, die roken en vuur verbood bij het passeren van de mattefrot. Laat staan als je er binnen ging. Men riskeerde een, voor toen zeer hoge, boete van drie gulden!

Bij Van Walsum werd het transport van riet en rietmatten bijna steeds per schip gedaan
De mattenfrot van gebroeders van Walsum met op de achtergrond de ‘koolteer’.

Gebroeders van Walsum/Demmenie 
In het Boveneind was bij de nog bestaande directiewoningen lJsseldijk 115 en 117/119 de rietmattenfabriek van de gebroeders A. en K. van Walsum. Een vrij groot bedrijf met, zowel binnendijks als buitendijks, grote rietschelven. In juni 1928 brandde het bedrijf helemaal af. Drie rietschelven, 2 woningen, 30.000 bossen riet en 1 .000 rietmatten gingen daarbij verloren. In een kleinere loods ging de familie Demmenie vervolgens nog door, maar al snel was er geen werk meer. De loods werd voor andere zaken in gebruik genomen. De twee directiewoningen staan er gelukkig nog steeds.

Mijnlieff 
Begin twintigste eeuw was er ook een rietmattenfabriekje aan de IJsseldijk, tussen de Steenbakkerstraat en de Kortlandstraat. Dat was van Mijnlieff. Het bedrijf werd opgeheven, nadat het op een vrijdagavond in 1930 geheel was afgebrand. In bijna alle kranten werden er foto’s van gepubliceerd, Op het resterende terrein bouwden de gebroeders Goudriaan (GEGO) later hun bedrijf in rijwielen en dergelijke. Nu is daar het woninginrichtingsbedrijf van firma Boender.

Gebroeders Van Walsum
Eveneens op de IJsseldijk, maar dan net voorbij de Tuinstraatstoep en buitendijks, hadden de gebroeders van Walsum een mattenfrot, die beheerd werd door de heer A. Hoogendijk. Toen het bedrijf verliep, kwam hier de brandstofhandel van T. Paulus en later A. Twigt.

Familie Boers
In de Stormpolder, tenslotte, was heel lang een grote rietmattenfabriek van de familie Boers. Die stond op de plek waar nu de gevangenis is. Van de oudste Cornelis Boers meldt de burgemeester al op 23 november 1836 aan de Staatsraad/Gouverneur van Zuid-Holland, dat er ‘s nachts om half twaalf een enorme brand was. Het woonhuis, twee schuren, vijf grote rietschelven en een aantal schelven met hennep werden geheel door de vlammen verteerd. De zaak werd toch weer opgebouwd en voortgezet. Later nam zoon Leen het bedrijf over. Daarna volgde weer een Leen. Hij begon nog in de glorietijd van de rietmatten en had toen wel veertig man personeel. De bedrijfsgebouwen moesten na de watersnoodramp van 1953 geheel nieuw worden opgebouwd. Zoon Cees werkte bij zijn vader en nam het, toen al sterk tanende, bedrijf van hem over in 1966

De woning van de familie Boers in de Stormpolder. Achter het hek waren de bedrijfsgebouwen en de opslag.

.

Maar veel heeft hij er niet meer gewerkt, want alles werd onteigend en hij ging verder in de Molenplaats in
Ouderkerk aan den IJssel.