Scheepsbouw

In de waterrijke Krimpenerwaard is een bootje onmisbaar voor transport. Zo begon het ooit: maak een boot.

De schouw (uit: Schouwen & Aken , W.v. Zijderveld)
Een eenvoudig bootje. Boeren, vissers, jagers, griend- en rietwerkers in de waard gebruikten ze. In enkele gevallen diende zo’n platte boot als kleine pont.

Een schouw op het erf van het Streekmuseum. foto pP

De schouw is een ‘vaarboom’. Een ontwikkeling van boomkano tot maaksel van een bodem met oplopende punten aan voor- en achterkant met aan de zijkant gebogen planken. 

De productie was op de werf door een scheepstimmerman. Ook het onderhoud van de schouw. Soms door een handige timmerman in de buurt.  Het maken van schouwen werd voornamelijk ’s winters gedaan. Dan was er voor de timmerlui weinig werk bij de boeren. 

De namen die gebruikt werden ontleende men vooral aan het soort gebruik: boerenschouw, melkschouw. Na de houten schouw kwam rond 1880 de ijzeren schouw op de markt. Eerst nog geklonken en duurder in vergelijking met de houten boot. Later werd gelast. Toen was echter het hoogtij van de schouwen voorbij. ( na de 2e Wereldoorlog).

De eerst vermelde ijzeren zeilbark voer in 1886 over de IJssel. Dit was de paviljoen tjalk van Jan Kreuk te Ouderkerk aan den IJssel. ( gebouwd bij V Duijvendijk, te Ouderkerk) Zijn schip kreeg de profetische naam “De Tijd Zal’t Leeren”, en Jan zelf kreeg de naam van “IJzeren Jan”. Het voornoemde bark-type, dat in de baggerwerken gebruikt werd was de Paviljoen tjalk.
De tjalk is een zeilend vrachtschip voor de binnenwateren en kent vele uitvoeringen. De naam tjalk werd in de 17e eeuw voor het eerst gebruikt om schepen met ronde boeg aan te duiden.

“De Tijd Zal’t Leeren” 1886 droogt haar zeilen aan de Schiekade.

De   paviljoen tjalk ontleent zijn naam aan het verhoogde achterdek of de cabine op die plek, het paviljoen, waar de schipper en zijn familie huisden. IJsseltjalk: Een variatie op de paviljoentjalk. Zoals de naam al doet vermoeden, werden IJsseltjalken vooral rond de Hollandse IJssel gebouwd en gebruikt. IJsseltjalken waren betrekkelijk brede schepen met lage kruiplijn. Ze werden vooral gebruikt voor zand- en grindvervoer bij de baggerwerken op de IJssel.

De Bark Vriendentrouw, schilderij van Jacob Spin uit 1857, origineel in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam foto PR

Krimpen is door zijn ligging te midden van de grote rivieren van oudsher een uitermate geschikte plek voor de scheepsbouw.  Scheepsbouw was dan ook sterk verbonden met het leven van vele Krimpenaren.
De scheepsbouw in Krimpen kent een lange geschiedenis. In elk geval zijn er stukken over een scheepswerf in Krimpen rond 1600, midden in de Tachtigjarige Oorlog toen Krimpen nog welgeteld 40 woningen met 250 inwoners telde.
De oudere Krimpenaren weten nog te vertellen over de scheepswerf van de familie Vermeulen aan de IJsseldijk in Boveneind, die eerst alleen houten, maar later ook ijzeren schepen bouwde. Het was een relatief kleine werf. Niet ver daar vandaan was er de scheepswerf van de familie Van Duijvendijk, een oud scheepsbouwers-geslacht. Beide werven werden (grotendeels) afgegraven bij de reconstructie van de IJssel in de jaren ’30.  Voor de scheepswerf Vermeulen was dat het definitieve einde. Van Duijvendijk daarentegen kreeg de beschikking over de al vele jaren braakliggende  werf van de familie Otto. Daar waren goede uitbreidingsmogelijkheden, die ook ten volle zijn benut.
Jan Otto had het bedrijf in 1827 overgenomen van de familie de Jongh. Tot 1910, toen het bedrijf failliet ging,  werden hier vele schepen gebouwd.

De familie Otto had een relatie met de familie Van der Giessen, welke familie sinds 1820  een scheepswerf in de Stormpolder bezat.  Een zuster van Jan Otto, Pietronella Maria was de echtgenote van Cornelis van der Giessen. Jan Otto droeg in 1854 de order tot bouw van een schip –een order die hij had overgenomen van C. Smit uit Krimpen a/d Lek- op zijn beurt over aan Van der Giessen.  Het schip heette toepasselijk “Vriendentrouw”. Het werd het eerste zeeschip dat door Van der Giessen is gebouwd. Een model van dit schip is te zien in het Streekmuseum.

Op de werf van Buijs, jaren 50. fam.-album Buijs

Niet alleen Van der Giessen had een vestiging in de Stormpolder. Er was ook sinds 1859 nog een andere –kleinere- scheepswerf, die van de gebroeders Buijs (voorheen de firma Wed. J. Buijs). Die mag hier niet onvermeld blijven: het is de enige werf van alle hier genoemde werven die tot op de dag van vandaag in vol bedrijf is!

Meer over de scheepswerven in krimpen is te lezen in het door de HKK uitgegeven boekje (2013) Te water ! . Onder ‘publicaties’ ,onder aan de lijst.