Interview met mevr. VD Giessen

uit de KLINKER nr 3, blz 2 -7 / 2008

Huib Neven

Zoals Stork bij Hengelo hoort en Philips bij Eindhoven, zo hoort Van der Giessen bij Krimpen aan den IJssel. Het gaat om ondernemingen met een niet te onderschatten betekenis voor stad of dorp. Zij zorgden ervoor dat velen er een dunner of dikker belegde boterham verdienden, afhankelijk van de tijd, van crisis of welvaart.

Een Krimpens bedrijf

Bij een bedrijfsnaam denk je in de eerste plaats aan een bedrijf, maar je zou vergeten dat er achter die namen ook mensen van vlees en bloed schuilgaan. Mensen met ondernemingsgeest, die soms in een schuurtje voor zichzelf begonnen, die een bedrijf langzaam maar zeker groot en bloeiend maakten, die opgevolgd werden door hun kinderen, en die weer door hun kinderen… Zo vestigde zich een naam in stad of dorp. Zo ook nestelde de naam Van der Giessen zich in Krimpen aan den IJssel.    

Mevrouw Van der Giessen-Veder

Zeepaard
Dat vraagt om een verhaal en de 93- jarige mevrouw Van der Giessen – Veder is samen met haar zoon Aat graag bereid ons dat verhaal te vertellen. Als we een afspraak maken, legt mevrouw Van der Giessen haarfijn uit waar haar huis te vinden is: “Je kunt het niet missen, op het dak staat een zeepaardje. Mijn man was een fervent zeezeiler en ik ben gek op paarden, vandaar”.
Dat beide passies niet altijd streng gescheiden waren, blijkt uit een foto in de huiskamer, waarop mevrouw Van der Giessen fier aan het grote stuurwiel van een zeilschip staat.

Mevrouw Van der Giessen aan het roer op de Oostzee


Zo moet zij ook op een paard gezeten hebben, vrolijk en zelfbewust, niet voor een kleintje vervaard. Paarden hebben in haar leven een glansrol gespeeld. Niet minder dan twintig Vierdaagsen reed zij door bijna heel Nederland, alle bekroond met een medaille. Samen met de 134 linten vormen ze een kleurrijke wand van overwinningen in haar huis. Zij jureerde jarenlang dressuur, ook onder andere in Engeland en Zweden. Veertig jaar was zij secretaresse bij de dressuur van het CHIO in Rotterdam.        Tot voor kort reed zij nog in haar auto. Zij heeft nu besloten haar rijbewijs niet meer te laten verlengen. “Ik heb mijn hele leven nog geen lekke band en geen ongeluk met de auto gehad.” Het is wel een stapje terug, maar zij is niet iemand om bij de pakken neer te zitten.
“Ik moet er niet aan denken dat ik hier ga zitten pruilen. Daar heb je alleen jezelf maar mee.” Een vitale en vooral blijmoedige vrouw die het geslacht Van der Giessen eer moet hebben aangedaan.
Hoe het begon
Haar zoon Aat is goed thuis in de familiegeschiedenis. Hij kent die tot in de details. Niet verwonderlijk: het is zijn eigen geschiedenis en hij is niet voor niets tweede secretaris van de Historische Kring in Krimpen aan den IJssel.
Dat geslacht Van der Giessen is waarschijnlijk afkomstig uit het dorp Molenaarsgraaf. Het verhuist halverwege de 18e eeuw naar Alblasserdam en is dan al snel verbonden met de daar florerende scheepsbouwwereld. Al rond 1800 komen we ene Pieter van der Giessen in de Stormpolder tegen, een plek waar de familie de komende eeuwen niet meer weg te denken is. Pieters zoon Arie, de eerste Van der Giessen die eigenaar van de werf is, trouwt met Neeltje Pannevis, een vrouw die van wanten weet. Zij zet na Aries vroegtijdige dood het bedrijf met vaardige en krachtige hand voort, totdat haar beide zonen, Cornelis en Arie in staat zijn de werf te besturen. Die bouwen prachtige zeewaardige zeilschepen, barken, fregatten en klippers, of hoe al die vaartuigen ook mogen heten. Maar hoe trots en fier deze schepen ook door de wind worden voort geblazen, het stoomtijdperk zal zeilschepen voorgoed naar het domein van de pleziervaart verbannen.         De handel en de concurrentie daar omheen vraagt om modernisering en snelheid. In 1858 beginnen de gebroeders Cornelis en Arie aan een schroefstoomboot. Of deze revolutionaire ontwikkeling nu te veel werd voor de wat conservatieve Arie is niet geheel duidelijk in ieder geval besluit hij zijn eigen weg te gaan en legt hiermee de grondslag voor Van der Giessen Werktuigen.  
Van vader op zoon
Onder de krachtige leiding van Cornelis, zakenman tot in de toppen van zijn vingers, breidt het bedrijf zich uit. Hij vindt ook nog tijd om te trouwen met Pieternella Otto, jawel een scheepsbouwersdochter. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Veertig jaar lang staat hij aan het roer van het bedrijf. In 1895 vindt hij het genoeg en geeft als in een estafette het stokje door aan zijn twee zonen Jan en Arie. Hij voorziet hiermee gelijk in een nieuwe naam voor het bedrijf: Cornelis van der Giessen & Zonen. Met die naam zal de scheepswerf voorlopig door het leven gaan.
In het boek “Scheepsbouw in Stormpolder” van Mr. W.G.D. Murray staan mooie foto’s van Jan en Arie. Beiden kijken ontspannen in de lens, met een voorzichtige twinkeling in de ogen. Arie nog iets guitiger dan Jan. Ze moeten plezier in hun leven en werk gehad hebben. Geen wonder, want het bedrijf kwam tot grotere bloei en moest steeds maar worden uitgebreid.
In 1922 kwam Aries zoon Cornelis als directeur in het bedrijf. Weer een Cornelis. Bij de Van der Giessens is de variëteit in scheepsmodellen vele malen groter dan in de naamgeving. Deze Cornelis is de schoonvader van onze enthousiaste gesprekspartner. Op de foto in het genoemde boek kijkt hij vastberaden, met een blik van ‘met mij valt niet te spotten’. Die houding zal hem van pas gekomen zijn, toen hij het bedrijf door de moeilijke crisisjaren en de jaren van de Tweede Wereldoorlog moest loodsen. “Een man om rekening mee te houden”, zegt zijn schoondochter. “Ik kon goed met hem overweg.”
Verzet en verraad
Cornelis kreeg twee zonen, Arie Cornelis (Aat) en Piet Jan. De eerste zou een dramatische, maar ook heldhaftige bladzijde in de familiegeschiedenis schrijven. Na enkele jaren in het bedrijf gewerkt te hebben, werd hij bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog opgeroepen om bij de Koninklijke Marine te dienen, waar hij in 1935 zijn dienstplicht vervuld had. Hij klom op tot sergeant en week na de capitulatie in mei 1940 met de marine uit naar Engeland. Daar verbond hij  zich later aan de Geheime Dienst van de Nederlandse Regering in Londen en werd in die functie naar ons land uitgezonden. Hij werd direct door de Duitsers opgepakt en gevangen gezet. Op spectaculaire wijze wist hij samen met twee lotgenoten te ontsnappen. Ze werden verraden, weer gepakt en zogenaamd in de vlucht doodgeschoten. Er is nooit meer iets van hem teruggevonden. Zo werd hij een van de 54 slachtoffers van het zogenoemde Englandspiel, een nooit helemaal opgehelderd netwerk van spionage, contra- spionage, collaboratie en laf verraad.
Als we afgaan op zijn innemende uitstraling op de foto in het boek van Murray, is in hem een goed mens en naar men verwachtte een bekwaam bedrijfsleider verloren gegaan.
Het verhaal wordt wranger als we zien dat zijn oom een andere keuze maakte. Die sloot zich aan bij de NSB en werd dientengevolge later als directeur van het bedrijf ontslagen.
De andere zoon van Cornelis is Piet Jan. Met hem zijn we weer terug bij onze mevrouw Van der Giessen. Zij trouwde met hem in januari 1944. Hij was niet minder heldhaftig dan zijn broer. Ook hij verdiende zijn sporen in het verzet. Wat weet mevrouw Van der Giessen daar nog van? “Dat hij nooit iets vertelde”, antwoordt zij prompt. Een goede verzetsman dus.
De Wijde Blik
Een huwelijk in oorlogstijd dus. Een huwelijksreis met de tandem naar Epe. Schoonpapa liet voor het jonge stel – hoe kan het ook anders –  een woonschip bouwen op een stevige betonnen plaat. Het was aan het eind van de Kortlandstraat, ook het einde van het dorp. Vandaar de naam “De Wijde Blik”. Zij hebben er tot 1964 gewoond. Nu doen we op die plek onze boodschappen.
Piet Jan groeide als het ware op in het bedrijf. Vlak na de oorlog werd hij procuratiehouder en ontpopte zich als een man met veelzijdige capaciteiten. Zijn zeven jaar wethouderschap in Krimpen aan den IJssel geeft hier mede blijk van.
Dat laatste oorlogsjaar en met name de hongerwinter herinnert mevrouw Van der Giessen zich nog goed. Er was nauwelijks te eten. In de moestuin verbouwde ze wat groenten. Hongerende kinderen kregen bij haar te eten en zij ging al of niet samen met haar schoonmoeder op huisbezoek bij de arme gezinnen. Die daadkracht en ondernemingszin is haar met de paplepel ingegoten.
Een echte Rotterdamse, afkomstig uit een ondernemersfamilie. Na de MMS bij de Rotterdamse Schoolvereniging ging zij eerst een halfjaar naar Londen en toen naar Frankrijk. Daar verbreedde zij haar blik. De naam van haar huis past haar als een jas.  

Mevrouw Van der Giessen won vele prijzen met paardrijden


Een actief leven
Al op jonge leeftijd leerde zij initiatieven te nemen ten behoeve van medemens en mededier. Aanvankelijk door met collectes langs de deur te gaan, maar al gauw leidde dat tot bestuursfuncties bij bijvoorbeeld Rode Kruis en Dierenbescherming. In Krimpen aan den IJssel richtte zij een afdeling van de Dierenbescherming op toen men steeds maar loslopende dieren bij haar thuis afleverde. Ook het Rode Kruis kon op haar inzet rekenen en niet te vergeten de Jeugdnatuurwacht, waarvan zij hier ter plaatse ook een afdeling oprichtte. Voorwaar, een kordate vrouw die haar toch al bezette leven actief en zinvol wist in te vullen. En nog steeds lukt het haar niet met de armen over elkaar te ga
an zitten. Problemen met het lopen zijn voor haar geen belemmering om altijd bezig te zijn. Op tafel handwerk en kruiswoordpuzzels met daarbij de Grote Bosatlas voor de aardrijkskundige namen. “Ik moet toch mijn verstand blijven trainen, Ik heb liever kapotte benen dan kapotte hersens”. Goede herinneringen heeft zij aan de wereldreis die zij samen met haar man op een drietal vrachtschepen van NedLloyd maakte. “Wat was ik boos toen we de reis drie dagen moesten bekorten omdat mijn man een vergadering had. Zo plichtsgetrouw was hij! 

Einde van het bedrijf
In 2004 moest Van der Giessen-De Noord noodgedwongen zijn deuren sluiten. De slecht draaiende economie bracht te weinig orders binnen. Zelfs de enorme scheepshal heeft uiteindelijk de werf niet kunnen redden.
Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de familie Van der Giessen, maar ook in die van Krimpen aan den IJssel. “Een hard gelag”, beaamt ook Aat van der Giessen, “als naam en bedrijf die eeuwenlang met elkaar verbonden waren, van elkaar worden losgescheurd.”
Tijden kunnen echter snel veranderen. Drie jaar na de sluiting gaan de poorten weer open. Er is weer werk aan de scheepsbouwwinkel, met name in de sector van specialistische bagger- en offshoreschepen. IHC Holland Merwede heeft in samenwerking met Hollandia B.V. in deze markt een plek gezocht en gevonden. De orderportefeuille zit tot 2010 vol. Een goede zaak voor Krimpen aan den IJssel.

Werkgeverschap
Terug naar Van der Giessen. We spreken met Aat over de arbeidsverhoudingen. Stak het bedrijf gunstig af bij andere bedrijven als het gaat om sociale verantwoordelijkheid en zorg voor het personeel? Aat reageert er nuchter en realistisch op: “De eerste verantwoordelijkheid van een bedrijf is winst maken. Daarvoor heb je werk en personeel nodig. Er zullen best mensen zijn die minder gunstig over het bedrijf praten”.
Toch mag gezegd worden dat de Van der Giessens hun verantwoordelijkheid kenden en dat ze wel degelijk van betekenis zijn geweest in de Krimpense samenleving. De annalen liegen er niet om. Een paar voorbeelden: Er werd gezorgd voor goede huisvesting voor de werknemers. In de oorlog werd een gaarkeuken ingericht voor de voedselvoorziening. Na het bombardement in Rotterdam stelt het bedrijf arbeiders beschikbaar om puin te ruimen. En laten we vooral de sociale activiteiten niet vergeten die de dames Van der Giessen en Pannevis ontplooiden voor de mensen van de werf. Later werd hiervoor al in een vroeg stadium een maatschappelijk werkster aangesteld.

Een sterke band
Krimpen en Van der Giessen, een combinatie die nog lang niet is weggeëbd. Aat van der Giessen met zijn inzet voor de Krimpense samenleving en zijn moeder met haar ontembare geestkracht zijn er het levende bewijs van. Als zij mij uitlaat, leunend op haar onderdeur, omringd door uitbundig bloeiende rododendrons en onder een stralende zon, roept ze uit: “Ik wou dat ik nu een paard had en de wei in kon galopperen”.

Tenslotte
Bij het schrijven van dit artikel is dankbaar gebruik gemaakt van het boek “Scheepsbouw in Stormpolder door Mr. W.G.D. Murray, Rotterdam 1949” Het relaas van het Englandspiel met de lotgevallen van Arie Cornelis van der Giessen (1916— 1942), is te lezen in: Jelte Rep, Englandspiel, Spionagetragedie in bezet Nederland  1942 — 1944, Bussum 1977.