Herinneringen aan de het zwembad

Nieuwsbrief maart 2016

De Lansingh was in de sixties ‘The Place To Be’…..
door Bab Riem Vis

In de vorige Nieuwsbrief werd gevraagd naar leuke herinneringen aan het buitenzwembad van De Lansingh.
Aan de hand van wat foto-materiaal delen Corry van Leeuwen Boudesteijn en Teun van Lit graag hun herinneringen met u. Corry was vanaf 1961 tweeëndertig jaar de jaar kassière in het zwembad. Teun is de zoon van de eerste badmeester Gerrit van Lit. Eind jaren vijftig was wethouder Marius Fontijne een fervent voorvechter van een buitenzwembad in Krimpen aan den IJssel. In 1959 mocht hij de opening verrichten.
De Lansingh was daarmee het enige buitenbad in de wijde omgeving. Bezoekers kwamen dan ook van heinde en ver.

De Krimpense Zwemvereniging (KZV) werd in diezelfde tijd opgericht met als voorzitter Gijs van Wijk, hoofd personeelszaken bij scheepswerf Van der Giessen. Secretaris was toen Arie Simons, penningmeester Koos van der Ent, beiden ook werkzaam bij Van der Giessen. Enkele bestuursleden in die begintijd waren onder meer Henk Vogelenzang de Jong en Engel de Wilde. Voor onderhoud en techniek was een commissie in het leven geroepen met onder andere de medebestuursleden Tinus Mastenbroek en Frans de Bode. Er was een nauwe samenwerking met de Krimpense Reddingsbrigade. Belangrijke drijvende kracht was de familie Van Holst, die tevens de tuinen verzorgde. Gerrit van Lit was jarenlang chef badmeester/zweminstructeur. Achter de kassa werd in wisselende diensten gewerkt door onder andere de dames De Bruin, Van der Vorst en Nel Verzijl. In 1960 versterkte Lijnie Boudesteijn dit team en in 1961 kwam Corry van Leeuwen in dienst.

Gerrit van Lit aan het werk

Terugblik
Corry heeft leuke herinneringen aan de tijd die zij als kassière in het zwembad heeft gewerkt. Zoals aan de zomers dat er per dag wel zo’n 6.000 bezoekers kwamen. Daaronder heel wat bezoekers met een seizoens-abonnement. Corry: ,,Na sluitingstijd moesten we het geld in de kassa nog tellen en geldrolletjes maken. Lijnie’s man Huug en mijn man Dirk hebben daar ook vaak bij geholpen. De volgende dag werd het geld naar de bank gebracht. Op zaterdag gingen we om negen uur ’s morgens open. Tussen de middag was het zwembad van twaalf tot een uur dicht. Mensen die een dagje kwamen zwemmen moesten dan, soms, buiten wachten en weer opnieuw entree betalen. Om kwart over vijf ging ik snel naar huis om even te eten, waarna ik weer terug moest zijn voor de avond-opening. Na sluiting werden de kleedhokjes schoongemaakt door de familie Maaskant, zodat alles ’s morgens om zeven uur weer netjes was.’’ Aldus Corry die via haar schoonzus Lijnie achter de kassa terecht is gekomen. ,,Ik was toen 27 jaar en werd onmiddellijk aangenomen. Wij wisselden elkaar dagelijks af. De ene week de één ’s middags en de ander ’s morgens, of andersom. We gingen in het hoogseizoen niet op vakantie.’’
Een topjaar was 1965, toen er ruim 300.000 bezoekers werden genoteerd, terwijl in dat jaar het zwembad een week eerder werd gesloten omdat het zwembadwater nog maar veertien graden was. Teun heeft als jongen heel wat uurtjes in het buitenbad doorgebracht. ,,Mijn vader is toen door Gijs van Wijk, Arie Siemons en Dries van de Berg, badmeester van buitenzwembad Schuwagt in Krimpen aan de Lek, gewezen op de functie van badmeester in De Lansingh. Hij heeft vervolgens de opleiding zweminstructeur gevolgd. Hij was het hele jaar in dienst, terwijl het buitenbad van half mei tot eind september open was. De rest van het jaar vulde hij zijn dagen met het onderhoud van het zwembad, het hele terrein er omheen en het inhalen van overuren. In het hoogseizoen werd zeven dagen per week van zeven uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds gewerkt.’’ Ook Teun ging in die tijd nooit op vakantie. ,,Het kon soms zo ontzettend druk zijn! De 100.000ste bezoeker van het seizoen werd in die tijd altijd speciaal verwelkomd. Gelukkig kregen we hulp van de Krimpense Reddingsbrigade die toezicht hield rondom het bad. In de grote vakantie was ik hier bijna elke dag. Hele groepen kwamen op de fiets. Ook vanuit Rotterdam, Ouderkerk, Capelle en zelfs Bolnes en omstreken. Er waren dan meestal te weinig fietsenrekken op die drukke dagen.’’

Diploma-zwemmen
Bijzondere herinneringen heeft Corry aan de vele diploma-uitreikingen en zwemwedstrijden. ,,Ik denk dat in elk huis in Krimpen wel een diploma hangt dat ik getypt heb. Het oefenen konden de kinderen al vanaf zeven uur ’s morgens. Daarna gingen ze gewoon naar school. Op de laatste zaterdag van het seizoen was er het afzwemmen voor het diploma onder leiding van badmeester Van Lit. Dat waren er soms wel honderden. Ik weet nog dat ouders soms onder de paraplu langs de kant stonden te kijken hoe hun kinderen de 50 meter rugslag, 50 meter schoolslag en 1 minuut watertrappelen afwerkten.’’ Je had toen nog geen schoolzwemmen. KNZB-examinatoren waren in die tijd mevrouw De Otter en Jan de Jager uit Krimpen aan de Lek. Geza Kaltenecker kwam in 1965 in dienst als zweminstructeur, onder wiens leiding het kleuterzwemmen vorm kreeg en direct een groot succes bleek. Later kwam ook Dina Vlasblom de gelederen versterken.

Wedstrijden: Leden van de zwemvereniging werden getraind door de landelijk bekende zwemster Cocky Gastelaars, later onder de zeer bevlogen leiding van de regionaal bekende meneer Waas (zowel zwemmen als waterpolo). Er werden in die tijd veel openbare wedstrijden, clubkampioenschappen, maar ook schoolwedstrijden georganiseerd. Leuke verhalen komen naar boven. Zoals over die buitenlander die in het diepe stapte omdat hij dacht dat je daar kon staan. ,,Een aantal meiden stond op de sta-rand in het diepe met de armen bovenop de zwembadrand te flirten naar een jongeman die, niets vermoedend, naar de jonge dames toe wilde lopen. Zij konden uitstekend zwemmen, maar hij niet! Hij kon uiteindelijk met héél veel moeite gered worden.’’
Verteld wordt door Teun hoe een paar dagen vóór Koninginnedag in de kleedruimte van het zwembad het grote jaarlijkse vuurwerk werd gemonteerd door een professionele vuurwerkdeskundige. ,,Dat werd vervolgens afgestoken door, onder andere, Theo Limbeek en mijn vader omdat de desbetreffende deskundige op Koninginnedag te druk bezet was. Dat gebeurde op de weilanden waar nu het gemeentehuis staat.’’

 

Teun weet nog goed hoe zijn vader vanuit de uitkijktoren heel streng kon optreden. ,,Hij had van daaruit goed overzicht op de ligweiden en op een dag zag hij hoe een jong stel achteraan lag te ‘vozen’, zoals ze dat toen noemden. Via de geluidsinstallatie riep hij: ‘Willen dat jonge meisje in dat oranje zwempak en die jongeman in blauwe zwembroek een halve meter uit elkaar gaan liggen!’ Iedereen om zich heen kijken, natuurlijk. Maar het gewenste effect werd wel door die zachtmoedige sociale controle bereikt!’’ Corry: ,,Het gebeurde wel dat jongelui met mooi weer gewoon over het hek klommen en dus niet betaalden. Of jongeren namen ’s avonds na sluitingstijd stiekem een duik in het water. We hebben een keer de politie gewaarschuwd, maar toen waren ze al weer verdwenen.’’ En: “Een aantal jongeren, die van een DCV-feestje kwamen, dacht nog even in het zwembad te kunnen afkoelen. Ze kwamen tot hun verrassing tot de ontdekking dat een nogal studentikoos stel op diezelfde avond naakt aan het zwemmen was.’’

Koude zomer
Het onvoorspelbare Nederlandse weer speelde uiteraard een belangrijke rol bij het bezoek aan het buitenbad. ,,We hebben regelmatig’’, zo vertelt Corry, ,,zo’n koude zomer gehad dat kinderen ’s morgens vroeg na afloop van hun zwemles door ons in de kassa aangekleed werden bij een elektrisch kacheltje. Ze waren zo verkleumd, maar moesten wel meteen door naar school.’’ Goed weer, slecht weer, het was altijd gezellig in De Lansingh, met als middelpunten de uitkijkpost en de kassa. ,,We zaten een keer bij noodweer met dertien man opgepropt in het kassa-hokje van drie bij drie. Je had hier toen aan twee kanten kleedhokjes voor dames en heren en een grote algemene kleedruimte. Veel bezoekers hadden hun badpak of zwembroek al onder hun kleding aan als ze hier kwamen. We hadden achter op de ligweide en voor het hek een kiosk, beheerd door de familie Zanen. Je kon daar een mars, chips, wat snoep, een ijsje of frisdrank krijgen. Bij de kiosk kon het soms heel druk zijn, hoewel veel bezoekers zelf ook allerlei eet- en drinkwaren meenamen. De koffie voor het personeel werd in de uitkijktoren gezet en gedronken. Diezelfde koffiepot werd hierna vervolgens door een (willekeurige) badgast even naar de kassa gebracht, waar wij zaten. Die kassa stond zo’n 200 meter verderop.’’

Teun besluit met: ,,Het buitenbad had in die tijd een grote sociale functie. Vooral voor jongeren, die hier in de vakantie en de weekenden met elkaar afspraken, was het een soort openlucht-sociëteit. Iedereen ontmoette elkaar hier.

De Lansingh was in de sixties echt ‘The Place To Be’