De witte flatjes

2 november 2012

Een boek over hoogbouw in de 50’ger jaren.

ansichtkaart

Het boek gaat over de Prinsessenflats en de witte flatjes.
Cees Loeve schetst de vijftiger jaren, waarin het vooral voor de jongeren en nieuwkomers in Krimpen moeilijk was om aan woonruimte te komen. De Algerabrug was er nog niet. Het aantal inwoners nog beperkt, maar er moest in de naoorlogse jaren iets aan woningbouw gedaan worden. er was in die tijd een tekort aan geld om in de bouw te investeren, maar ook het materiaal was schaars. De grens van de bebouwing liep steeds verder de weilanden in richting Ouderkerk. Bij de Molenvliet kwam het uiteindelijk, na veel discussie, tot het bouwen van flatjes. Met vijf (!) verdiepingen. Hoogbouw in krimpen.

Zonder witte flatjes zal het vreemd worden
Een feest van herkenning hadden Krimpenaren vrijdag in de Tuyter. Daar presenteerde Cees Loeve zijn boek ‘Hoogbouw in Krimpen?’

Cees Loeve vertelt

Loeve: “De witte flatjes voldoen nu niet meer aan de eisen, zoals dat heet. Maar het zal een vreemd Krimpen worden als deze gebouwen  eenmaal zijn gesloopt.”  Er hangt een gemoedelijke sfeer in de grote zaal van de Tuyter. De aangekondigde presentatie van Cees Loeves boek over de witte flatjes en de prinsessenflats heeft veel publiek getrokken. Te veel zelfs voor één lezing. Nadat de eerst geplande lezing van acht uur razendsnel was volgeboekt hebben QuaWonen en de Historische Kring Krimpen er ook maar een om half zevén ingepland — die ook is vol geraakt.

Groeistuip
In de zaal zitten vooral oud- bewoners van de witte flatjes en de prinsessenflats — in de volksmond meestal onder de noemer ‘witte flatjes’ over een kam geschoren. Cees Loeve vertelt hen over de gigantische groeistuipen die Krimpen aan den IJssel na de oorlog heeft doorgemaakt. “De kat ging in de gordijnen, toen een rapport in 1948 voorzichtig over ‘enkele flats met bijvoorbeeld vijf verdiepingen begon. Bij het veer Van de Ruit’ voerden de mensen er tijdens het wachten heel wat discussies over.” Feit is dat Krimpen sindsdien in dertig jaar tijd van zevenduizend naar zo’n 28.000 inwoners groeide. Loeve: “De gemeente en al haar ambtenaren hebben hierbij de geweldige klus geklaard om al deze mensen woonruimte te bieden.”

Begintijd
“Die begintijd was onze leukste periode”, vindt Bernhard Luijendijk, een van de vele aanwezige oud-bewoners. Zijn vrouw Joke en hij woonden van 1976 tot en met 1980 in de Beatrixflat. Joke: “Ik was kleuterjuf op de ‘Tureluur’. Daardoor kon ik in Krimpen een woning toegewezen krijgen. Bij ons trouwen gingen we er wonen. Toen vond ik ze al vrij oud…”
De flats hebben een slechte imago onder de Krimpenaren. “Dat begon toen net een beetje te komen”, weet Joke. Na vier jaar verruilde het stel de Prinses Beatrixstraat voor een nieuw huis aan de Allegro. Bernhard: “Toch het ideaal, hè: een eigen huis met tuin. Maar we hebben er prima gewoond. De flats waren echt woningen waar je startte. We betaalden 104 gulden huur per maand, terwijl je in de Wetering- en Vijverflats het dubbele of zelfs driedubbele betaalde. Veel bewoners hebben daar hun eerste huwelijksjaren begonnen, dankzij de lage huur. Nu moeten jonge mensen gelijk forse huren betalen, waardoor ze Krimpen ontvluchten.”

foto:pP