Lorre (oude rommel)

Lorreeeeee..,………-.lorreeeeeeeee…,……..-.-lorreeeeeeeee !!! Schor klonk deze roep regelmatig door de gemeente, langs dijk en straat. De stem van de man die bijna zijn hele leven “lorreboer” was. Een juten zak over de brede schouders geworpen, een touw om het middel gebonden om de wat te wijde broek omhoog te houden, het gelaat verweerd en gerimpeld door weer en wind. Steeds met dezelfde sterkte van stem roepend en goed oplettend waar een deur opengedaan of een raam opgeschoven werd. Gebeurde dat, dan viel er wat te verhandelen, dan viel er geld te verdienen. Dan reageerde iemand op zijn vraag om lompen, metalen of oud ijzer. Rond de jaarwisseling veranderde zijn roep. Tot laat in de avond klonk het dan: hazen- en konijnenvellen-…… Iedereen in Krimpen aan den IJssel en omgeving kende zijn stem; slechts weinigen kenden zijn juiste naam. Men noemde hem: “de lorreboer”, Hendrik de lor” of “Hendrik van Alida’s”.

Hendrik (in licht overhemd) met de hittekar; naast hem zijn broer Cees.

 

Hendrik Otterspeer, gedurende zeventig jaar handelaar in lompen en metalen

Zijn officiële naam was Hendrik Cornelis Otterspeer. Op 9 september 1905 werd Hendrik geboren in een klein huisje in het Boveneind (IJsseldijk) onder armoedige omstandigheden. De ouders werkten beiden in de steenplaats om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien. Dat was dan ook de reden dat Hendrik, nauwelijks veertien dagen oud, in huis kwam bij zijn grootouders (van moeders kant), Cornelis Trouwborst en Jannigje van Walsum die woonden in de Kokerstraat. Zij kleedden en verzorgden de kleine Hendrik; de vier oudere broertjes bleven bij hun ouders in het gezin Otterspeer waarvan de moeder vrij jong overleed. De vader bereikte de hoge leeftijd van 86 jaar. Zo groeide Hendrik op, onder wel heel andere omstandigheden dan zijn leeftijdgenootjes. Weliswaar zorgde “grootje” goed voor hem, maar hij telde toch wel als iemand die geld kostte en geen cent verdiende. Inmiddels was Willem Trouwborst (een oom van Hendrik die nog bij zijn ouders thuis was) tegen de zin van de ouders begonnen als handelaar in lompen en metalen, hij werd lorrenboer! Met een kruiwagen in Krimpen aan den IJssel, Ouderkerk aan den IJssel en Krimpen aan de Lek ging hij “den boer op” om handel te drijven, onder alle weersomstandigheden. Thuisblijven was er niet bij, er moest verdiend worden. Dat ondervond ook de kleine Hendrik die als zesjarig jochie toch maar te horen kreeg dat hij mee moest de weg op om geld te verdienen, anders kon hij wel gaan, Eigenlijk leek Hendrik dat handeltje best leuk. Al meermalen was hij, zittend tussen de balen met lorren, met ome Willem meegegaan, daarbij de school verzuimend. Van leren kwam niet veel terecht en terwijl zijn vriendjes op school leerden rekenen, lezen en schrijven, werd Hendrik duidelijk gemaakt wat de lompenhandel opleverde: kachels, ledikanten, vodden, lood en oud ijzer. Er werd gewogen en verhandeld, er werd de ene dag aardig verdiend, de andere dag weinig of niets. De kruiwagen werd een hittekar (een wagentje met twee wielen waarvoor een klein paardje) en de handel werd iets uitgebreider.

Tegenwoordig (1996) wordt “oude kleding” ingezameld met behulp van kledingbollen.

De beste tijd was het voorjaar want dan had iedereen de opruimwoede, men ging aan de schoonmaak van zolder tot kelder en wat niet meer gebruikt werd ging van de hand. Dat waren goede tijden voor de lorrenboer. Maar ook voor de mensen die iets verkochten, want het geld was duur en daarom pakte men iedere stuiver en elk dubbeltje aan dat ontvangen werd voor enkele kilo’s lorren of ijzer. Het was een goed lopende zaak, de lompenhandel en Hendrik wist de weg naar de groothandel te vinden, daarbij goed oplettend waar de hoogste prijzen betaald werden. ln de loop der jaren bleek hij een betere kijk op de zaak te hebben dan ome Willem, die het dan ook beter vond om thuis te blijven en Hendrik alleen op pad te laten gaan. Behalve het opkopen van lorren was er ook het sorteren en uitzoeken op soort, stof en kleur en hiermee begon Hendrik’s morgens om vier uur al. Twaalf soorten moest hij uitzoeken; voor de “poetsdoeken” was altijd nogal belangstelling van de zijde der schippers, dus dat was een handeltje apart. Door de groothandel werden de lompen later weer in veertig soorten uit gesorteerd. Zo leerde Hendrik werkende weg zaken doen en werd de echte handelsgeest in hem wakker. Naar Gouda ging hij met zijn lompen, het oud ijzer verhandelde hij bij Heuvelman in Krimpen of in Rotterdam aan de Waalhaven, waar vaste afnemers zijn materialen opkochten.

Met echt zakendoen werd Hendrik in de oorlogsjaren 1940-1945 geconfronteerd. Toen immers kreeg oud materiaal ineens meer waarde. Vanuit Den Haag kreeg hij het verzoek om oud papier in te zamelen bij bedrijven en scholen, en het was deze Krimpense lorrenboer die hiervoor -dankzij de medewerking van velen- de hoogste premie in de wacht sleepte. Dit ook vanwege het enthousiasme waarmee Hendrik zich inzette als erkend opkoper voor de actie “Oud maakt nieuw”. Diploma’s heeft Hendrik Otterspeer nooit behaald, maar toch werd hij erkend als: Lid van de Algemene Nederlandsche Vereniging van Opkopers van oude materialen en afvalstoffen. Daarvan getuigde het embleem op zijn jas en de plaat op de kar. Naast de lompenhandel had Hendrik meer zaken aan de hand. Tussendoor had hij korte tijd gewerkt op de scheepswerf, in de steenplaats en bij een boer; overal slechts enkele weken, daarna klom hij weer op de lorrenkar. Daarnaast had hij voor de veertiger jaren tot in de oorlogstijd een handel in brandstoffen waarvan hij toch ook weer een aardig centje meepikte. Ook wist hij in gezinnen waar nood was wel eens een paar briketten of wat kolen weg te geven.

Een minder prettig maar toch ook noodzakelijk werk was het assisteren als drager of rijder bij de begrafenisonderneming. Daarvoor kreeg hij destijds als jongeman een vergoeding per begrafenis van / 1.50 maar dan moest hij zelf zorgen voor een witte boord (kostte 25 cent), hele schoenen en een knappe broek. Vele jaren heeft hij dit werk kunnen doen; Hendrik liet dan voor enkele uren de handel rusten om zijn plicht in deze zaak te vervullen.

Tot zijn 72e jaar heeft hij “gehandeld”, toen heeft Otterspeer de lompenhandel vaarwel gezegd. De kleine vrachtauto die al lang de plaats van paard en wagen had ingenomen, werd opgeruimd en er kwam een personenauto voor in de plaats. Daarmee heeft Otterspeer, dankzij goede gezondheid en helderheid van geest, nog een aantal jaren (zij het binnen de gemeentegrenzen) gereden. Veel kon hij vertellen over zijn handelswaar en het vrije leven langs de weg en de contacten met de mensen. Een veel gebezigde uitdrukking van hem was: “Als ik opnieuw mocht beginnen zou ik weer “lorrenboer” worden!” Hendrik Otterspeer overleed op 23 december 1989 in het Capelse Verpleeghuis “De Meerhorst” op 84-jarige leeftijd.

Dit verhaal is door mevrouw De Haij eerder geschreven voor de Historische Encyclopedie Krimpenerwaard (1982, nr. 4).

Mevrouw M. de Haij-de Visser.
1996