toen: de postbode

RINUS TERHORST
OVER ZIJN TIJD ALS
POSTBODE IN KRIMPEN

Op 1 oktober 2012 was burgemeester Lennie Huizer bij het echtpaar M. Terhorst en M.E. Terhorst- Roest in Crimpenersteyn op bezoek om hen te feliciteren met hun 60-jarig huwelijk. Bij de warme ontvangst viel op dat meneer Terhorst zo goed en precies kan vertellen over vroeger. Het verhaal van zijn tijd als postbode in Krimpen aan den IJssel van 1957 tot zijn pensioen in 1986 brengt de redactie graag voor het voetlicht.

Rinus Terhorst in Crimpernersteyn

Meneer Terhorst: “Oorspronkelijk kom ik uit Rotterdam. Voor ik in Krimpen ging werken, werkte ik al in Rotterdam bij de PTT in de expeditie. Van mijn collega’s kwam ik te weten dat ze een postbode zochten in Krimpen aan den IJssel. Ik heb op deze baan gesolliciteerd via een advertentie in de krant. Dat leek me wel wat. Niet veel later ben ik aangenomen als zevende postbode in de gemeente. Mijn nieuwe aanstelling zorgde er ook voor dat mijn vrouw en ik in Krimpen gingen wonen.”

Postkantoor in 1971 bij de winkels aan het Raadhuisplein

Sjouwen door weer en wind
“In die tijd was het beroep postbode niet voor watjes. Je liep zeker 15 kilometer per dag te sjouwen door weer en wind, trappen op en af, dijken op en af. Veel huizen, zoals die in de Tuinstraat, hadden geen brievenbussen. Dus je moest overal naar toe en aanbellen om de post af te geven. Daarover zei een collega ooit tegen me: Als ik doorgelopen was, was ik op de maan geweest!’ Voordat de Algerabrug was gebouwd, kwam de post met de veerpont van Van der Ruit. Dit was ook de reden dat het postkantoor in Krimpen destijds aan de IJsseldijk stond. De post sorteerden we ook in het pand aan de lJsseldijk. Dit pand werd echter te klein en daarom verhuisden we in 1964 naar een noodgebouw aan het Raadhuisplein. Dit noodgebouw is later opgetild en in zijn geheel op een dieplader geladen, vervoerd naar het Koekoeksplein (het huidige evenemententerrein) en daar neergezet. Daar was het postkantoor gevestigd totdat we het mooie pand kregen tegenover het raadhuis in 1970. Sinds 2010 heeft het gebouw geen functie meer als postkantoor en dat vind ik jammer.”

Lopend postkantoor
“In de vijftiger en zestiger jaren waren wij als postbodes en bestellers zelf een soort lopend postkantoor. We waren dagelijks bepakt en bezakt met geld, spaarbankboekjes, gerechtelijke stukken en bekeuringen die we persoonlijk moesten afgeven. Een hele verantwoordelijkheid. Ook bezorgden we radiobodes, kwitanties, bladen en tijdschriften. Het geld dat inwoners hiervoor moesten betalen, inden wij. De kas moest aan het eind van de dag natuurlijk wel kloppen. We brachten ook pakketten rond, desnoods met extra ritten op de fiets. Pas later werden de pakketten met de auto bezorgd. Ook al was het werk als postbode hard en zwaar, ik had er nooit last van. Vergeleken bij de verplichte militaire dienst na de Tweede Wereldoorlog in toenmalig Nederlands Indië viel dit reuze mee”

Om 5 uur’s ochtends op
“Als postbode was ik al vanaf uur ‘s ochtends op om brievenbussen te legen. Daarna werd de post gesorteerd: eerst op wijk, daarna op straat en vervolgens op volgorde om de route te lopen. Wat voor weer het ook was, de post moest altijd doorgaan. Ik weet nog goed dat een besteller te dik was. Hij stopte op doktersadvies met zijn vorige werk en werd postbode bij ons. Maar van al dat lopen viel de man niet af en dat terwijl hij het werk echt goed deed!”

Dienstbode Pia
“Eens zei een dienstbode die Pia heette tegen mij: ‘Postbode, ik ga trouwen en in De Krom wonen in een huis zonder brievenbus. Hoe moet dat nou met de postbezorging, want ik ben overdag niet thuis en we werken allebei’. Ik zei haar dat ze er niet over in moest zitten en dat ze een raampje open moest laten, zodat ik de post naar binnen kon gooien. Een keer had ik een pakje voor Pia en dat gooide ik door dat open raampje. Ik hoorde gerinkel. Ze was vergeten het gasstel dicht te doen in de keuken. Dat pakje viel op de klep van het gasstel en die klep duwde de pan met eten op de grond. Haar kat heeft zich misselijk gegeten aan het eten en alles onder gespuugd. Pia was boos om de chaos, maar ja, ik kon daar natuurlijk niks aan doen.”

AOW
“Toen ik begon als postbode in Krimpen, was het nog een kleine plaats. Alles achter de Buys Ballotsingel was grasland. In 1958 was de Algerabrug klaar. Toen werden alle bouwmaterialen voor de nieuwe woonwijken over de brug vervoerd. Door de toename van het aantal huizen kwamen er meer mensen in onze gemeente wonen. Dit zorgde automatisch voor meer post en dus meer werk. We kregen ook meer werk doordat oude mensen het net ingevoerde ouderdomspensioen van minister-president Drees per post ontvingen. De meeste mensen zagen ons postbodes graag komen, want zo kregen ze weer centjes. Maar dit was nieuw en sommige weduwvrouwen begrepen niet waarom ze geld kregen. ‘Ik werk er toch niet voor’, zeiden ze dan, ‘mijn man heeft wel voor elke cent gewerkt.’ Ik legde dan uit hoe het zat. Sommige mensen weigerden de AOW vanwege hun geloof ze wilden geen enkele soort verzekering. We brachten de AOW per post rond totdat de giro werd ingevoerd en het geld per giro werd overgemaakt. In de zeventiger jaren waren er acht of negen mannelijke postbodes. Begin jaren 8o kwamen er voor het eerst vrouwelijke bestellers, maar eigenlijk was het werk voor hen in die tijd nog te zwaar.”

Invoering postcode een zegen
“Ons werk werd een stuk gemakkelijker door de invoering van de postcode in 1978. Dit is nog steeds een goed systeem. Aan de postcode kun je alles zien, zoals voor welke provincie en voor welke plaats de post is bestemd. Als je nagaat dat er in Nederland 7 Zevenhuizen en 3 Nieuwerkerken zijn, dan snap je wel dat het noodzakelijk was om een postcode in te voeren. Op basis van dit systeem kun je de hoeveelheid plaatsen blijven uitbreiden.”

60 jaar bij elkaar
In 1986 ging Rinus Terhorst op 61-jarige leeftijd in de VUT. Voor zijn werk als postbode kreeg hij later een oorkonde van de PTT uitgereikt. Nu woont hij sinds enkele jaren met zijn echtgenote in woonzorgcentrum Crimpenersteyn. Mevrouw Terhorst:
“We hebben geluk dat we al 60 jaar bij elkaar zijn.” Meneer Terhorst reageert daarop met: ‘I love you.”
       

Dit interview is gepubliceerd in de Klinker van december 2012