De schillenboer

 (dit keer een kringloopverhaal uit 1996, )

Mevrouw M. de Haij-de Visser

Het begon met schillen op de handkar

Jan Kijgsman (1937), de oprichter van de schillenophaaldienst

De crisisjaren, dus geen werk èn de zorg yoor een groot gezin; deze omstandigheden dwongen Jan Krijgsman zelfstandig werk te zoeken. Het was in 1937, bijna zestig jaar geleden, dat de toen 42-jarige Krimpenaar een tweedehands handkar kocht en een ophaaldienst begon.
Jan Krijgsman werd schillenboer”, in die tijd de aanduiding voor iemand die met het ophalen en verhandelen van aardappelschillen, oud brood en groente-afval in eigen levensonderhoud moest voorzien.

ln het Krimpen van 1937 moest Krijgsman de ophaalwijk (enkele straten) aanvankelijk delen met schillenboer Blom uit Capelle aan den lJssel, maar toen deze met dit werk stopte, had hij het rijk alleen. Het gezin Krijgsman telde 15 kinderen, te weten 9 zoons en 6 dochters. Van jongsaf moesten de jongens meehelpen bij de toch wel intensieve werkzaamheden. Was het in het begin mee duwen om de handkar de stoep op te krijgen, hulp was ook nodig bij het verzorgen van de pony’s en het onderhoud aan de ponywagen.
Maar hoofdzaak was het ophalen enkele malen per week. Bij de groentehandelaren werd alle afval en overschot gehaald en aan de woningen stond het bakje of emmertje op vaste tijden klaar om geleegd te worden. Met de jutezak op de rug werd het in de loop der jaren routinewerk en kon in snel tempo de wijk afgewerkt worden. Minder prettig was het wanneer in wintertijd de schillen vastgevroren in de bakjes zaten. Dat gaf bij het legen wel het nodige oponthoud. Ook bij regenweer kon het overtollige water de zak afval op de rug tot een “zware last” maken. Maar onder alle omstandigheden ging het werk door. Met het uitbreiden van de gemeente werden ook de ophaalwijken groter. Lange dagen werden gemaakt om zo snel en zo ver mogelijk af te leveren.

Eigen personeel

Een groot karwei was het sorteren van het opgehaalde materiaal voordat het aan de veehouders verkocht werd. Het aantal kilo’s dat verhandeld werd, kon worden vastgesteld bij het wegen op de basculebrug van Heuvelman’s sloperij. Was de beginprijs 5 cent, in de loop der jaren betaalden de vaste afnemers onder de veeboeren 25 cent per kilo. De schillenophaaldienst Krijgsman beperkte zich in de laatste jaren niet alleen tot de eigen gemeente. Met de twee tractors, oftewel trekkers, was de vervoerscapaciteit vooruit gegaan en werd ook opgehaald in Krimpen aan de Lek. ln de zestiger jaren liep de grens vanaf Ouderkerk tot Opperduit in Lekkerkerk. Altijd kon met “eigen personeel” gewerkt worden, want wanneer een van de zoons de leeftijd bereikte om op een werf of bij een baas te gaan werken, nam een jongere broer de plaats in.

Minder groente-afval

Hendrik (Riek) met de ponywagen

ln de loop der jaren kwam er merkbaar verandering op alle fronten. De groenteboeren begonnen met de verkoop van gesneden groenten en daarbij werden zoveel mogelijk bladeren van bijvoorbeeld de koolsoorten mee gesneden en verkocht. Minder groente-afval dus! Mensen gingen steeds meer blikgroenten en diepvriesprodukten gebruiken, alles ten nadelen van de ophaaldienst. De hoofdgerechten werden steeds vaker vervangen door rijstmaaltijden en kant-en-klaar aardappelgerechten. Dat ging bijna onmerkbaar, maar had toch wel gevolgen voor de mensen die het afval ophaalden en er al jaren hun bestaan in vonden.

Toen Jan Krijgsman in 1965 op 70-jarige leeftijd overleed, waren er nog twee zoons die in het “familiebedrijf” doorgingen. Het waren Hendrik (Riek genoemd) en Adriaan (Pam genoemd). Laatstgenoemde overleed in 1977.

Adriaan (Pam) Krijgsman

Op 1 april 1968 kwam een einde aan de schillen-ophaaldienst van Jan Krijgsman en zonen, in heel Krimpen en omgeving bekend als hardwerkende mensen. Riek kan er veel over vertellen, herinnert zich nog vele voorvallen en ontmoetingen en denkt met genoegen terug aan het gezellige grote gezin. Na 1968 heeft hij nog gewerkt voor een loonbedrijf, door met de trekker bouwmaterialen en heipalen te slepen en op de bestemde plaatsen te brengen en zelfs koeien naar de noodslachting te vervoeren.

Terugkijkend op het werk van 31 jaar dat door het “gezin Krijgsman” werd verricht, zegt Riek lk vind het erg dat alles nu wordt weggegooid. We hebben mee mogen werken aan de gezondheid van het vee, want de kopziekte kwam niet meer voor en de melkproductie van de koeien was voortreffelijk!